U bevindt zich hier: Home Toetsvragen 2010

Toetsvragen 2010

E-mailadres Afdrukken

Veiligheid staat bij leden van onze vereniging voorop. Daarom moeten zij ieder jaar een toets maken om hun strandzeillicentie te verlengen. Zonder deze licentie mag men niet strandzeilen.

 

Hieronder vind je de toetsvragen voor het behalen van de strandzeillicentie voor 2010. Bijna alle antwoorden zijn te vinden op deze site. Voor de complete set met regels  kijk je op: www.fisly.org.

Mail je antwoorden naar het links aangegeven e-mail adres.
Deze toets bevat 17 meerkeuzevragen. Soms zijn meerdere antwoorden juist. In totaal kun je 30 juiste antwoorden geven. Om te slagen dien je minimaal 20 vragen goed beantwoord te hebben.

 

A. Vragen over het gebruik van de clubzeilwagens:

 

1. Voordat je gaat zeilen controleer je of:
a. de windsterkte lager is dan 10 m/s of 36 km/u
b. de zeilwagen geen gebreken vertoont
c. het strand schoon en aangeveegd is
d. de datum, je naam, het nummer van het zeil en de zeilwagen op het formulier in de caravan staat

 

2. Indien er meer gegadigden zijn dan dat er zeilwagens beschikbaar zijn dan geldt:
a. wie het eerst komt, wie het eerst maalt
b. samen delen
c. dat om de zeilwagen geloot moet worden
d. het recht van de sterkste

 

 

3. Wie is aansprakelijk voor schades die ontstaan aan de clubzeilwagens tijdens het gebruik ervan:
a. de gebruiker
b. het bestuur
c. de vereniging
d. de beheerder van het strand

 

4. Na het zeilen controleer je de zeilwagen en:
a. verhelp je eventuele gebreken, en maak je daarvan melding op het formulier in de caravan
b. meld je schades aan het bestuur
c. maak je de zeilwagen schoon
d. laat je een eventuele lekke band repareren, op eigen kosten, bij Cor Bakker in Hoorn

 

 

 

B. Vragen over voorrang en veiligheid op het strand:

 

5. Noem de belangrijkste voorrangsregels:
a. grote zeilwagens gaan voor kleine zeilwagens
b. zeilwagens van rechts gaan voor
c. bakboord gaat voor stuurboord
d. zeilwagens die elkaar tegemoet komen wijken allebei uit naar rechts

 

 

6. Noem de rechten en plichten van een zeilwagen die geen voorrang heeft:

a. de zeilwagen die geen voorrang heeft moet vrijblijven

b. de zeilwagen die ingehaald wordt moet zijn intenties duidelijk maken

c. de zeilwagen die ingehaald wordt mag de andere zeilwagen licht aantikken

d. de zeilwagen mag de ander niet doen vertragen of van koers laten veranderen

 

 

7. Welke regels gelden er bij het inhalen:
a. de inhalende zeilwagen moet zwaaien naar de ingehaalde zeilwagen
b. de inhalende zeilwagen moet uit de koers van de ingehaalde zeilwagen blijven
c. het inhalen is beeindigd als de inhalende zeilwagen 1 meter vrij is van de andere zeilwagen
d. de inhalende zeilwagen mag de ingehaalde zeilwagen niet dwingen van koers te veranderen

 

 

8. Noem de rechten en plichten van de zeilwagen die ingehaald wordt
a. de ingehaalde zeilwagen moet vertragen om de inhaler te laten inhalen
b. de ingehaald zeilwagen heeft het recht terug te zwaaien
c. de ingehaalde zeilwagen moet zijn koers in rechte lijn behouden
d. de ingehaalde zeilwagen heeft het recht om voor een hindernis zijn koers te veranderen

 

9. Welke voorzorg neem je als je paarden, wandelaars of vissers tegenkomt:
a. je maakt ze eens goed aan het schriken
b. je zwaait een paar keer vrolijk naar ze
c. Je maakt duidelijk wat je intenties zijn
d. je passeert hen zo ruim mogelijk en vissers passeer je aan de landzijde

 

10. Welk attribuut draag je verplicht tijdens het strandzeilen:
a. warme handschoenen
b. een goedgekeurde helm
c. een waterdicht pak
d. een skibril tegen het opstuivend zand

 

11. Welke verzekering dien je af te sluiten voordat je gaat strandzeilen:
a. een reisverzekering
b. een WA verzekering
c. een slechtweer verzekering
d. een All Risk verzekering

 

12. Op welke manier voorkom je dat een geparkeerde zeilwagen alleen wegzeilt:
a. je legt de zeilwagen op zijn kant
b. Je zet de zeilwagen in de wind
c. je maakt de schoot los en graaft een kuiltje voor de wielen
d. je vraagt aan een toevallig voorbijkomende wandelaar of deze jouw zeilwagen even kan vasthouden

 

 

 

C. Vragen over vlaggen en bijzondere voorrangsregels bij wedstrijden:

 

13. Wat is de betekenis van de rode vlag:
a: verboden te zeilen
b. briefing; onmiddelijk verzamelen bij de wedstrijdleiding
c. geeft aan dat een wedstrijd beeindigd is
d. startvlag bij wedstrijden

 

14. Wat is de betekenis van de gele vlag:
a. stopsignaal voor een individule zeiler
b. briefing: onmiddelijk verzamelen bij de wedstrijdleiding
c. verboden te zeilen
d. stoppen met zeilen en terug keren naar de startlijn

 

15. Welke regel is van toepassing bij de oranje lijn:
a. je mag de oranje lijn niet inhalen
b. het is niet toegestaan om de oranje lijn te doorkruisen
c. de oranje lijn moet rechtsom gerond worden
d. de oranje lijn geeft het keerpunt aan

 

16. Welke bijzondere voorrangsregels zijn in de oranje zone van toepassing:
a. de eerste zeilwagen die in de oranje zone komt wordt beschouwd als de ingehaalde zeilwagen
b. je mag niet inhalen tussen de oranje lijn en de in te halen zeilwagen; buitenom mag wel
c. de bochtpaal moet linksom gerond worden
d. de snelste zeiler heeft voorrang

 

17. Wat is de betekenis van de rood-witte vlag:
a. geeft aan dat er gevaar is
b. geeft aan dat zeilen verboden is
c. de vlag geeft aan waar de bochtpaal staat in de oranje zone
d. geeft aan dat alle zeilers zich moeten verzamelen bij de wedstrijdleiding