Strandzeilen is een voor de meeste mensen vrij onbekende sport. De enigen die er iets van af weten zijn de strandzeilers zelf. Zij zeilen echter liever dan er over te schrijven, zodat er van die kant ook weinig bekend wordt.
De Egyptische farao Amenemhet III (1844-1797 voor Christus) is de historie ingegaan als de eerste strandzeiler. De resten van zijn zeilwagen werden in de jaren 1935 en 1936 teruggevonden in de grafkamer van de farao. Ook zijn in grafkamers muurschilderingen gevonden die zeilwagens afbeelden, zeilend aan de oevers van de Nijl. De gevonden zeilwagen was niet groot: 2 meter lang en 1,20 meter breed. De mast was ongeveer 4 meter hoog en het zeil was 2,50 meter breed.
Uit oude geschriften blijkt dat in de Oudheid zowel in China als in Rusland zeilwagens gebouwd werden. Ook de Noormannen zouden bij hun veldtochten gebruik gemaakt hebben van zeilwagens. De Terschellinger vuurtoren Brandaris bestond nog maar net een paar jaar, toen de wiskundige Simon Stevin in 1600 voor prins Maurits van Nassau een zeilwagen ontwierp. Het was een grote zeilwagen met houten wielen. De wagen kon ongeveer 30 passagiers vervoeren. Met een gunstige wind haalde het voertuig een voor die tijd ongelofelijke snelheid van 35 km/u. Men zeilde met deze zeilwagen van Scheveningen naar Petten. Simon Stevin patenteerde dit ontwerp en daardoor werd deze zeilwagen het eerste gepatenteerde ontwerp ooit.
In Amerikaanse archieven, die handelen over de grote trek naar het Westen, wordt geregeld gesproken over Windwagon Smith. Ook zijn er verhalen te vinden over Windwagon Jones. De pioniers bevestigden zeilen aan hun huifkarren om met behulp van de windkracht hun zware tocht naar het Westen te verlichten.
De eerste ‘moderne' zeilwagen werd in 1898 gebouwd door de Belg André Dumont. Hij kwam op het idee om een kinderwagen te laten voorttrekken door een vlieger. Zijn broers Benjamin en Albert bouwden in 1899 en 1900 hun eigen zeilwagens. De gebroeders Dumont kan men beschouwen als de grondleggers van de moderne zeilwagensport.
Louis Blériot, de Franse luchtvaartpionier, ontwikkelde zeilwagens aan het begin van deze eeuw. Hij zette er piloten in om ze al vast te laten wennen aan wind en snelheid. In Frankrijk herinnert de naam Blériot Plage nog steeds aan deze periode.
Het duurde lang voordat in Nederland de draad weer opgepakt werd. Tussen de twee wereldoorlogen werd er incidenteel op het strand gezeild. De eerste strandzeilpogingen op Terschelling dateren uit het begin van de vorige eeuw. In de strenge winter van 1929 lag er veel ijs op de ondergelopen weilanden vanaf West tot Oosterend, waar men met ijsschuiten overheen trachtte te zeilen. In Baaiduinen werd in die tijd zelfs een poging gedaan om een ijsschuit van wielen te voorzien. De eerste echte zeilwagen kwam in het begin van de dertiger jaren met een vakantieganger naar het eiland. Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog waren er een paar Terschellingers die zeilwagens bouwden. Helaas ging een van deze zeilwagens door brand verloren.
De echte ontwikkeling kwam toen Nederlandse ijszeilers hun ‘DN' van wielen gingen voorzien. Het duurde dan ook niet lang voordat de DN de Europese stranden zou veroveren. Op Terschelling zeilden de DN's al in 1965 op het strand bij Paal 8. De in Nederland ontwikkelde ‘Fenix II' domineerde jarenlang de Europese stranden in klasse 2. In 1974 werd de Sandpiper ontworpen. Deze eenvoudig te bouwen zeilwagen verlaagde de drempel en meer mensen gingen strandzeilen, voornamelijk op het strand van IJmuiden.
Het Europees Kampioenschap in 1990 vormde de aanleiding voor de oprichting van de Terschellinger Zeilwagen Vereniging Brandaris in 1991. De eerste strandzeilschool in Nederland werd in 1995 opgericht op Terschelling. Sindsdien wordt om de vijf jaar een Europees- of Wereldkampioenschap georganiseerd op Terschelling. In 2006 is de naam van de Terschellinger Zeilwagen Vereniging Brandaris veranderd in Strandzeilvereniging Terschelling.

