Om veilig de strandzeilsport te beoefenen zijn er regels gemaakt die ervoor zorgen dat de veiligheid van strandzeilers en andere strandgebruikers gewaarborgd wordt.
Wandelaars. Wandelaars en honden moet je altijd ontwijken. Het is niet de bedoeling om al stuntend langs een groepje wandelaars te zeilen. Een kleine stuurfout is zo gemaakt.
Paarden. Paarden kunnen erg schrikken van klapperende zeilen en zeilwagens die met hoge snelheid langs zeilen. Paarden kunnen steigeren en hun berijder uit het zadel werpen en op hol slaan. Je kan twee dingen doen als je paarden aan ziet komen: er erg ruim om heen zeilen of gewoon stoppen en eventueel de zeilwagen met het zeil plat op de grond leggen. Houd er rekening mee dat de berijders van paarden niet altijd geoefende ruiters zijn. De paarden waar zij op rijden, zijn over het algemeen gehuurd.
Vissers. Ook als je vissers op het strand ziet, moet je opletten. De lange lijnen die ze gebruiken beletten je tussen hen en het water door te zeilen.
Voorrangsregels. De voorrangsregels voor het zeilen op het strand zijn gebaseerd op de verkeersregels. Met het oog op de hoge snelheden die met zeilwagens behaald kunnen worden, zijn deze regels zo eenvoudig mogelijk gehouden. De internationaal geldende voorrangsregels worden beschreven in het RIRC, een uitgave van FISLY (Federation Internationale de Sand et Land Yachting). De regels zijn van toepassing op zeilwagens die zeilen, op alle terreinen geschikt voor strandzeilen, in alle omstandigheden.
Basisregels. Elke strandzeiler moet, zo mogelijk, aanrijdingen met een andere zeilwagen of andere strandgebruikers voorkomen en iedere strandzeiler moet zelf beoordelen of hij / zij meester is over zijn / haar zeilwagen in de gegeven omstandigheden.
Frontaal naderen. Wanneer twee strandzeilers elkaar frontaal naderen, moeten ze beiden zover naar rechts uitwijken, dat zij op voldoende afstand van elkaar blijven.
Kruisende koersen. Wanneer twee strandzeilers elkaar kruisen heeft degene die van rechts komt voorrang. De strandzeiler die geen voorrang heeft, moet vrij blijven. Een strandzeiler die geen voorrang heeft, mag een strandzeiler die voorrang heeft niet van koers doen veranderen of laten afremmen.
Inhalen. Het inhalen begint als de afstand minder dan twee meter bedraagt tussen de uiteinden van de zeilwagens van de inhaler en de ingehaalde. Het inhalen is beëindigd als de afstand meer dan twee meter bedraagt tussen de uiteinden van de zeilwagens van de inhaler en de ingehaalde. De inhalende strandzeiler draagt de verantwoordelijkheid voor de manoeuvre. De ingehaalde strandzeiler moet in rechte lijn zijn koers behouden of vrij blijven. In een bocht moet hij zijn koersverandering op een normale manier uitvoeren.
Hindernis. Een ingehaalde strandzeiler heeft het recht om voor een hindernis zijn koers te veranderen. De inhalende strandzeiler moet uit de koers van de ingehaalde strandzeiler blijven. De inhalende strandzeiler mag de ingehaalde strandzeiler niet dwingen zijn koers te veranderen om een aanrijding te voorkomen.
Bijzondere voorrangsregels. Tijdens wedstrijden zijn een paar bijzondere voorrangsregels van toepassing.
• Voorrang tijdens de start. Tijdens de start en tot het moment dat de zeilwagens voldoende verspreid zijn, wordt een strandzeiler geacht ingehaald te worden door de strandzeiler die links van hem zeilt.
• Voorrang bij een keerpunt. De strandzeiler die het eerst de Oranje zone binnenkomt, wordt beschouwd als ingehaalde strandzeiler door de strandzeiler die na hem komt. In de Oranje zone mag je alleen buitenom inhalen, uitgezonderd als een zeilwagen stilstaat of wordt aangeduwd. Je mag niet over de Oranje lijn zeilen.

