Schijnbare wind, werkelijke wind en tegenwind. De strandzeiler ervaart de werkelijke wind als hij naast zijn zeilwagen staat. Als de zeilwagen in beweging is, ervaart de strandzeiler de wind uit de richting waar hij naar toe zeilt. Deze wind wordt tegenwind genoemd. De tegenwind is gelijk aan de snelheid van de zeilwagen. Bij het strandzeilen ben je blij met die tegenwind, want je gebruikt hem om nog sneller te zeilen. De schijnbare wind is een combinatie van de werkelijke wind en de tegenwind. Je zal altijd proberen sneller te zeilen dan de wind. Het is de schijnbare wind die verantwoordelijk is voor de voorstuwing van de zeilwagen. De schijnbare wind is sterker dan de werkelijke wind. Hoe sneller de zeilwagen gaat, hoe sterker de schijnbare wind zal zijn. Door die hogere snelheid zal de schijnbare wind steeds meer van voren inkomen en zal het zeil daarom verder aangehaald moeten worden. De koers van de zeilwagen wordt bepaald door de werkelijke wind, aangezien de invalshoek van de schijnbare wind bepaald wordt door de snelheid van de zeilwagen.
Laminaire werking. Het zeil verhindert de ongestoorde stroming van de wind. Het zeil verdeelt de wind in een luchtstroming aan lijzijde en in een luchtstroming aan loefzijde. Door de vorm van het zeil zal eenzelfde hoeveelheid lucht aan lijzijde een langere weg moeten afleggen dan aan loefzijde. Bij een verhoging van de luchtsnelheid langs een oppervlak zal de luchtdruk verminderen. Bij een verlaging van de windsnelheid langs een oppervlak zal de luchtdruk toenemen. Er ontstaat dus een drukverschil rond het zeil. Aan de lijzijde van het zeil ontstaat een onderdruk of zuigkracht en aan de loefzijde ontstaat een overdruk of duw kracht.
Ontbinding van de krachten in het zeil. Alle kleine trek- en duwkrachten kunnen herleid worden tot een grote kracht "K". De kracht "K" grijpt aan in het zwaartepunt van het zeil, ook wel zeilpunt genoemd - "ZP" - , en grijpt ongeveer loodrecht op de giek aan. Kracht "K" kan je in twee richtingen ontbinden: de voorwaartse kracht "Kv" en de zijwaartse kracht "Kz". De voorwaartse kracht stuwt de zeilwagen voort, terwijl de zijwaartse kracht de zeilwagen naar opzij wil wegzetten. Dit wegzetten wordt tegengegaan door de zijdelingse weerstand die de wielen geven. Toch kan de zijwaartse kracht zo groot zijn
dat de zeilwagen gaat slippen of op twee wielen gaat zeilen.
Evenwicht, loef- en lijgierigheid. Naast het zeilpunt heeft de zeilwagen ook een zwaartepunt - "WP" -. De zeilwagen zal optimaal zeilen als zeilpunt en zwaartepunt met elkaar in evenwicht zijn. Als het zeilpunt voor het zwaartepunt ligt, dan zal de zeilwagen de neiging hebben om steeds af te vallen. Dit noem je lijgierig. Als het zeilpunt achter het zwaartepunt ligt, heeft de zeilwagen de neiging om steeds op te loeven. Dit noemen we loefgierig. In beide gevallen zal je snelheid verliezen omdat je steeds koersveranderingen moet uitvoeren. De strandzeiler zal zijn zeilwagen dus zo trimmen dat het zeilpunt in evenwicht is met het zwaartepunt van de zeilwagen.

